maandag 25 juli 2016

NOG EEN GLAASJE, TOCH?

("Veel te lang geleden dat onze blog er nog een verhaaltje bijkreeg... maar we leven nog... deze was in de drukte blijven liggen maar dateert van juni. Geniet ervan.")

Met het komen en gaan van Annemie, worden de vragen rond onze immigratie naar Frankrijk terug opgefrist. Ons verhaal wordt in extra verkorte tijd terugverteld en daarbij hopen we geen te grote dingen over het hoofd te zien.
Ik zou in herhaling vallen als ik zeg dat het kiezen voor een ander land geen makkie is.
Dus gooi ik het over een andere boeg.
Zo heb ik een groot ding over het hoofd gezien, als het specifiek gaat over een emigratie naar Frankrijk.
En dat is het feit dat het alcohol-en tabac gehalte hier toch wel behoorlijk hoog zijn.
Mijn allerliefste Liefje is een roker. Geen misdadiger, gewoon een roker. En hij slaagt er tot hiertoe niet in om te stoppen. Al wil hij dit zo ontzettend graag. Zijn hart hunkert ernaar om op die manier gezonder te kunnen voortzetten. Zijn lijft roept er al langer om.
Maar de omgeving werkt niet positief mee in dit verhaal. Al die externe prikkels om sigaretten te ruiken en te zien, het wordt voor iemand die vanaf jonge leeftijd rookt toch een verdomd moeilijke klus. Het gebrek aan stabiliteit in ons leven, weegt ook...
Maar met sigaretten doe je vooral jezelf kwaad. Minder de anderen. Al had ik vorige week koppijn omdat ik heel der dagen in de smoor van een ander zat. En telkens als ik me verzette, leek het of die rook me wou volgen.
Alcohol is me nog een ander verhaal. Probleem is dat ik er zelf niet ongelooflijk veel ervaring mee heb. Buiten dan een paar puber-jaren toen ik het geestig vond om “Bij Lies” jenever te dinken met mijn kameraadjes.
Toch, sinds ik in Frankrijk woon, drink ik waarschijnlijk meer.
Er zijn weken dat Koen en ik bewust een dagje -of meerdere- alcoholvrij inlassen, omdat wijn een zekere gewoonte is in het Franse leven en ook bij ons op gewone werkdagen op tafel durft te komen. Wijn wordt hier trouwens niet als alcohol gezien. En lang geleden, toen het kraantjeswater vervuild was, promootte de Franse regering om kinderen eerder wijn dan water te geven. Mijn collega’s kunnen dat zelfs nog beamen.
Plus, er lijken ook steeds redenen te zijn om te drinken.
In de zomer is het warm en is er overal beweging. Van markten tot vide-greniers of dorps-en vriendenfeestjes. Een frisse rosé is dan de vervanger van prikwater of limonade. In het najaar en in de winter kicken de mensen af van de drukke zomer en kruipen gezellig samen. Daar past een stevigere borrel eau de vie bij of toch op zijn minst een goede rode wijn. En in het voorjaar begint alles opnieuw te duwen, te groeien, zich op te bouwen en is dat ook weer een reden om samen iets te drinken. De wijnen die het jaar daarvoor op fles zijn gezet, moeten geproefd worden.
“Apero” is waarschijnlijk het meest gekende  en gebruikte woord in Frankrijk.
Liters alcohol moeten er hier worden verzet. Met de Lot-en-Garonne en ons buur-departement  Dordogne, zitten we natuurlijk wel in een mooie wijnstreek.
Maar toch. Het geeft me een angst. Ik voel me niet steeds op mijn gemak met alcohol overal rondom mij.
Het maakt mensen mondiger. Fysieker. En dan wordt er gelachen.  Of gediscussiëerd tot er tranen vallen.
En ik voel me dan vaak eenzaam... want voor mijn zijn twee glaasjes eigenlijk genoeg. Eerder uitzonderlijk zal ik een derde drinken. Maar dan heb ik al voldoende water tussendoor gedronken. Of een tas thee. Dat doet mensen dan weer afstand nemen van mij want ze vinden dat gek. En dan ben ik opnieuw alleen.
In onze vriendenkring leeft alcohol. En soms vind ik het ontspannend maar evengoed vind ik het niet altijd nodig. Dat bestaat echter niet in de Franse Cultuur. Ook BOB-jongens zijn hier nog niet bekend.
Op zulke momenten vraag ik me af: “ Moet er echt iets ernstig gebeuren voordat ze het begrijpen?”.  Al mag ik me waarschijnlijk niet mengen met anderen hun leven...




Liefs, Katrien

   

maandag 2 mei 2016

LA CERISAIE

Tja, wat te schrijven als je het gevoel hebt dat je constant moe bent en/of veel muizenissen in je hoofd hebt. Dat je verder wil wandelen. Maar dat je toch nog even in de wachtkamer moet blijven zitten. Wachten tot het jouw beurt is...
Drie weken geleden vroeg mijn baas of ik vanaf de volgende dag meer uren zou kunnen komen werken op het dagverblijf “La Cerisaie”. Onmiddellijk overviel me een beklemmend gevoel. Een angst. Misschien een weten. In ieder geval iets dat me direct vertelde dat dit eigenlijk niet is wat ik wil. 
Ik weet het, Koen en ik kenden financieel moeilijke tijden. En nog steeds moeten we hard werken om alles te betalen wat er ook buiten gaat. Dit zijn geen kleren. Ook geen schoenen of handtassen. Wel eerder kilos ossenvet of kilos verschillende snacks of eerder garagekosten... of noem-het-op.
Een dagje meer werken op La Cerisaie zou dus meer stabiliteit geven, zou je denken. 
Dat is het nu net niet. Het geeft onstabiliteit in ons familiesysteem en in mijn denken, voelen en zelfs in mijn fysieke lichaam. Zelden heb ik migraine. Maar sinds mijn baas me extra werktijd gaf, heb ik dat al meermaals gehad. Mijn slaapritme is weer om zeep. Mijn stresspunt op mijn rug vraagt aandacht. En bovendien heeft Zonne haar zenuwtrekje weer opnieuw uit de kast gehaald... Zijn het signalen waarnaar ik moet luisteren? Natuurlijk!
Dus moet ik mijn werk op La Cerisaie op zijn minste terugschroeven naar het oude regime. Enkel krijg ik daarmee mijn werk niet rond en ben ik verplicht om thuis vrijwillig de rest af te maken. Eindeloos geruis in mijn hoofd. 
Al is het uiteindelijk mijn hart die het sterkst spreekt. Mijn hart bevestigt dat er een einde komt aan mijn huidig werk als ergotherapeute. Ik zit ergens in een afrond-fase. Zoals ik al in mijn vorig blogje schreef. Voor alles is een tijd. Een tijd om te verkennen en te ervaren. En een tijd om afscheid te nemen. 
Vroegere generaties werkten heel hun leven in eenzelfde bedrijf. Mijn generatie niet meer. En het leven hier in Frankrijk leert me bovendien andere accenten leggen. Meer terug naar de basis gaan. Eenvoudiger leven. De seizoenen meer volgen. Sommige momenten betekent dat hard werken. Andere momenten is het wat minder. Maar zo is het in de natuur ook. Het vraagt dus opniew een dosis vertrouwen. Dat alles goed komt. Dat alles zijn tijd heeft. En dat je hart je de waarheid verteld. 
Ik deed al een gesprek met mijn directeur. Nu nog naar mijn grote chef. En dan zal de kosmos mede-bepalen wat er gaat gebeuren. Ik voel aan mijn kleine teen, dat de wind draait. Hopelijk gaat de zon dan ook nog wat meer schijnen... ik hou jullie alvast op de hoogte.

Veel liefs, Katrien

donderdag 21 april 2016

HOUTEN KRATJES

Ik val in herhaling. Maar tenslotte zijn het toch de natuurlijke golven des levens. Ik ben weer aan het afronden en aan het loslaten. 
Concreet is dat vooral houten kratjes uitkuisen om die daarna te vullen met spullen.  Het is iets akeligs, die materie. Je weet dat je het nodig hebt voor van alles en nog wat. Om de vier seizoenen te overbruggen, maar ook om praktisch te kunnen leven en werken. En tegelijkertijd wil ik niet verbonden zijn aan spullen. Het geeft een zwaarte. En het brengt me steeds terug bij het weten dat ik ook kan kiezen om met een rugzak te vertrekken en de wijde wereld te gaan verkennen. 
En toch, op dit moment doe ik dat niet. Ik heb dringend een plek nodig waar ik mijn wortels mag laten groeien. Een plaats om mijn energie neer te zetten en me vrij te kunnen voelen in wie ik ben en wat ik doe. 
Verhuizen is steeds een super beweging om deftig te ordenen en zooi door te geven. De kracht en de wijsheid te vinden om enkel datgene te selecteren dat je in je volgende stappen nodig zal hebben. Niet meer en niet minder.
Verder is het ook echt afronden op het landgoed waar we sinds de winter van 2013 wonen.
Er komt en gaat werkvolk voor de eigenaars. Er komen bezoekers en/of kandidaten om het beheer te doen. Er komen leveringen.
En wij, wij werken voor onszelf en durven -zonder schuldgevoel- ook eventjes onze koffie buiten in het zonnetje opdrinken, al kijkens naar al dat volk. 
“ We leven in twee andere werelden “, is hetgene wat de eigenaars ons zeiden. En daarmee hebben ze gelijk. Die werelden zijn verschillend. Niettegenstaande het een verrijking kan zijn was het in ons geval  eerder een struikelblok.
We nemen dus afscheid van onze moestuin. Alles wordt afgebroken en nadien overzaaid met gras. De omheining en de composthoop vliegen op de brandstapel. Ons gekapt hout wordt verhuisd naar St-Chalies en zal ons volgende winter warmte geven. De kleine dingetjes in de tuin die voor ons gezelligheid brachten, gaan in dozen... de stilte op het domein blijft hangen. 
Het is een prachtigie plek, wijds en uniek. En toch, niet helemaal voor ons. Want we voelden ons er niet vrij en regelmatig ongemakkelijk. Ik heb er ook nooit goed geslapen. 
Gek eigenlijk. Iets wat visueel ontzachelijk mooi kan zijn, kan tegelijkertijd beklemmend aanvoelen. Dus is het opnieuw een test in diezelfde materie. 
Waar ik vandaag dingen opzij legde om door te geven aan vrienden, laat ik deze stille en ruime plek ook los. Want na drie jaar zie ik het anders en heeft het zijn kracht verloren. 
Toch voel ik me dankbaar. We hadden deze plaats en de eigenaars nodig om onze voeten meer op de Franse grond te zetten. 
We hebben gedaan wat we moesten doen. Ik heb er geen spijt van. 
Het voelt helemaal juist. De puzzelstukjes van het leven, passen in elkaar. Het is wonderbaarlijk hoe alles is wat het is. 
Veel liefs, Katrien


maandag 28 maart 2016

HEB LIEF

Aanslagen. Ze raken je altijd. Maar hoe schandalig het ook moge klinken, op de duur treedt er gewenning op. Een dag later doe je weer je ding, alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Alsof je neus bloedt. Doe wel en zie niet om.
De aanslagen in Brussel waren voor mij van een andere orde. En zijn dat nog altijd.
Mijn moederland. Het land waar mijn wortels diep verankerd liggen.
Toen ik het nieuws dinsdagochtend-vroeg hoorde leek het alsof mijn wereld stilstond. Zelfs op duizend kilometer afstand voelde ik de impact.
De tranen kwamen spontaan. En bleven maar komen. Alsof er een sluis werd opengezet.
Zelfs nu, bijna een week later, terwijl ik dit neerschrijf, worden mijn ogen weer vochtig.
Zaventem. in mijn beleving hét vakantie-oord bij uitstek. Of je vertrok. Of je kwam blije gezichten ophalen. Voltooid verleden tijd vanaf heden.
Verdriet. Machteloosheid. Woede. Maar geen angst. Want angst is de slechtste raadgever.
Misschien is dit het signaal om met z’n allen echt te gaan leven alsof onze laatste uur is geslagen.
Vroeger sneuvelde je enkel aan het front. In de loopgraven. Nu kan het ook in de Carrefour. Of op de markt. Gelijk waar. Gelijk wanneer.
Enkel liefde kan de wereld redden. Heel veel liefde.
Bij deze. Heb lief.
Van uw correspondent ter plaatse.
A+

MIJN JUF HANNAH EN IK

Mijn goede vriend Raf zei me ooit eens dat je elk jaar drie nieuwe uitdagingen moet aangaan. Omdat je flexibel en jong van geest zou blijven.
Wel, mijn leven is niet saai in die zin dat er nooit een lange periode is waarin alles hetzelfde blijft. Dus in dat opzicht ben ik niet het soort type dat moeilijk aan mijn drie-nieuwe-dingen-per-jaar geraakt.
Maar zaterdag vond ik toch een toppertje. Een nieuwtje om U tegen te zeggen.
Het was lang geleden dan ik nog stress voelde zoals ik die vroeger regelmatig kende. Ik moet zelfs toegeven dat mijn handen mijn papiertje niet konden vasthouden. Ik bibberde van de stress. Mijn oksels produceerden waarschijnlijk wel een liter zweet in twee luttele minuten.
Het was namelijk mijn allereerste keer dat ik op een podium stond. In een mooi gerestaureerd cinema-zaaltje in Monflanquin om een lied te zingen. Helemaal alleen.
Het ging er niet zo aan toe...  AMAZING GRACE maar eerder met een hakkelende en gebroken stem. Ik trachtte mij te herpakken en niet naar het publiek te kijken. Zeker niet naar mijn Liefje en Zonne. Waarvan Zonne meer en meer wegkroop bij haar papa. Ik denk niet dat ze mij al ooit zo hakkelend had horen zingen. Aanvankelijk leek ze best fier om haar mama daar zo op het podium te zien staan. Ze zwaaide en lachte mijn toe. Ook Koen gaf me vanuit de verte zijn steun.
De rij achter mijn klein gezinnetje was gevuld door mijn collega Celine, haar man en vier kinderen die even voor de ‘fun’ de zaal kwamen binnenstappen, net toen ik op het podium werd geroepen.
In de zaal kijken was geen optie. Ik zocht mijn toevlucht bij Hannah, mijn zangjuf. Die liet me vooral verstaan dat ik mijn mond ver moest opendoen opdat ik de hogen noten zou aankunnen. Tweede strofe. Hmhm... mijn tekst ken ik niet meer... Derde strofe... allez Katrien herpak je nu... vierde strofe... oef, het lukt me toch een beetje... En voila, het zat erop.
Een vriendelijk applaus, het was ten slotte een beginners-optreden van de muziekschool. Iedereen was tolerant. Ik had nog de souplesse voor een mooie buiging. Om dan zo snel mogelijk al lachend de trap af te gaan en te beseffen dat dit meer van mij had gevraagd dan ik durfde denken. Mijn juf zei lachend; “la prochaine fois, ca sera mieux”. En daarmee zei ze stilletjes dat het niet goed was en had ze natuurlijk ook een punt. Volgende keer ben ik een ervaring rijker.
Ik vond het eigenlijk best leuk hoor! En ik ben ook heel fier dat ik dit gedurfd heb. Vandaag kon ik er nog heel de dag van nagenieten.
Het was gewoon een feit dat ik de voorbije weken zoveel oefeningen heb gehad om te switchen in mijn hoofd. Om dingen los te laten. Durven. Dingen anders te zien. Springen. Dingen te aanvaarden. Zoeken. En vooral niet slapen.
Mijn hoofd stond er niet naar. Mijn systeem was niet klaar voor een optreden. Ik kende mijn tekst niet. Ik had geen enkele keer in tien dagen geoefend. Mijn juf haar ogen gingen wagewijd open toen ik haar dit droogjes meldde. En voor een Aziatische is dit toch heel wat.
Dus ja, ik voel dat ik gedurfd heb en gewoon gedaan heb wat ik eigenlijk al lang wou doen. Eens zingen door een micro, voor een publiek.
Volgende keer beter, Katje!
Ik zie me graag! xxx