woensdag 7 februari 2018

VOICI LES CLEFS

Vandaag stond er een ietwat speciale dag op het programma. Wat heet speciaal natuurlijk.
Om halfvijf liep de wekker af. Ik was dan al anderhalf uur wakker maar dat kon die wekker natuurlijk niet weten.
Zonne uit haar nest trommelen om halfzes. Een glas water drinken. Douchen. Verse onderbroek aandoen. Nog een glas water drinken.
Om twintig na zes in een besneeuwde camionette kruipen. Kou kou kou. Bijna Belgische wintertaferelen.
De blauwe CD van Annemies' La vie en Rose kristalhelder al rijdend door de dichte bossen.
Zonne reeds honderdzevenenzestig procent aanwezig. Alert. Nieuwsgierig. Blij. Meezingend. Voici les clefs de ton bonheur. 
Mama ophalen. 
Over zeventig kilometer wegen, verlaten door God, klein pierke en straatverlichting, waar een everzwijn of edelhert zomaar je pad kan kruisen, op weg naar La Capitale du Lot et Garonne: Agen.
Ik weet niet wat u. Maar ik vind het wel lekker bekken. Agen. Kort. Krachtig. Twee klinkers en van hetzelfde laken een broek medeklinkers. Het klinkt ook oud. Agen. Age. Stad van de pruimen en de Rugby. Stad is misschien wat hoog gegrepen. Aan de oevers van de machtige Lot.
Nou. Eerlijk is eerlijk. Ik zou er nog niet eens mijn goudvis willen begraven,. Maar dit even volledig terzijde.
In La douce is het de gewoonte dat iedereen,  of je nu werknemer, werkloze of zelfstandige bent, recht heeft op een jaarlijkse gezondheids-check-up.
Voor u en masse beslist om in uw auto te springen en zich hier komt vestigen, nog een kleine kanttekening weliswaar. Al is het gratis, uiteindelijk hebben wij het toch zelf betaald. Het is heus geen ontwikkelingswerk. De huidige regering bestaat nu niet echt, uit wat je noemt, "barmhartige samaritanen".
Na een halfuurtje verzuipen in administratie, kunnen we  om kwart voor negen op een daar voorziend stoeltje plaatsnemen.
De Franse traditie onwaardig, het moet gezegd, perfect georganiseerd.
Lichtblauwe stoeltjes voor ogen. Witte voor bloed. Rode voor volgeplaste handen en ook wel een beetje potje. Stoeltjes voor elk wat wils.
En in het midden van die chaos. Een dame die alles in goede banen leidt en aan de hand van een checklist pakweg vijftig mensen telkens weer op het juiste moment op het juiste stoeltje neerplant.
Ontroerend mooi. Ik waan me even op de beurs van London.
Hebben we kanker onder de leden? Een vleugje SIDA? Een of andere exotische ziekte, overgewaaid uit de krottenwijken van Bogota? En schimmeltje links of rechts?
Het zou zomaar eens kunnen. Dat weet alleen God. En zoals u weet. Zijn wegen zijn ondoorgrondelijk.
Ohhh. Ik hoor iemand zingen. stttt. Ohh sorry... Dat ben ikzelf....
Ik kijk naar buiten. Het sneeuwt. Geen groter bewijs van vergankelijkheid. Vanavond geboren. Morgenochtend gesmolten.
Van uw correspondent ter plaatse. 
A+


maandag 10 april 2017

MÉMÉ

Mijn oma-zaliger Marie-Thérèse, beter bekend onder haar pseudoniem mémé van 't appartement, is iemand die me heel nauw aan het hart lag. Als ik aan haar denk, en dat gebeurd op heel regelmatige basis, krijg ik tranen in mijn ogen én een glimlach op mijn lippen. Geloof me vrij, ik weet niet wat u, maar slechts een enkeling slaagt erin om dat tegelijkertijd te laten gebeuren.
Zij was een vrouw van uitersten. Op maandag kon ze bij wijze van spreken één van de nagels van jouw doodskist zijn, op dinsdag lag ze met een vierdubbele depressie in bed en op woensdag stond ze al fluitend haar appartement te kuisen, zij kon heel goed fluiten moet u weten, met in haar linker-mondhoek een bungelende blauwe Belga die zijn assen kwistig rondstrooide op de plaatsen die net waren gepoetst, waardoor ze op donderdag terug in bed moest kruipen van ellende.
Op zondag lag ze echter nooit in bed. Dan dronk ze porto met haar enige dochter, mijn mama, en zaten ze uren bekakt Frans te praten. Ze waren geboren en getogen Kortrijkzanen, vandaar.
Haar dood heeft me erg aangegrepen. Vooral ook omdat ik er pas enkele weken later vanop de hoogte werd gesteld. Mijn mama, met wie de verstandhouding op dat ogenblik niet echt toppie-toppie was, vond het niet nodig om mij daarover in te lichten. Ik heb mijn mama, die vorig jaar overleed, alles vergeven, maar dit is toch iets wat altijd wat zal blijven hangen.
Desalniettemin geloof ik ook niet echt in het gegeven dood-zijn. Ik praat nog vaak, al dan niet in bekakt Frans, met haar.
Misschien vraagt u zich wel af waarom ik dit met u deel. Dat is eigenlijk heel simpel. Ik was aan haar aan het denken. En iedere gedachte is goed voor een verhaal. Toch bij mij.
Van uw correspondent ter plaatse.
A+

donderdag 6 april 2017

DE TANDEN-FEE

Zonne verloor gisteren haar eerste tandje. Niet na een ordinair straatgevecht. Niet nadat we haar uit het raam hadden geduwd. Maar gewoon. Op natuurlijke wijze.
Fier als een parisienne die net de Chanel-winkel op de Champs-Elysée had leeg gekocht kwam ze gisterenmiddag thuis met het grote nieuws.
Er moesten oplossingen gezocht worden.
In tegenstelling tot in België is het niet de tanden-fee die langskomt, die kan natuurlijk niet overal tegelijk aanwezig zijn. Hier is het de tandenmuis die de tanden komt opeten. In ruil daarvoor laat hij, of zij, dat laat ik in het midden, een cent achter onder het hoofdkussen.
Gisterenavond rond een uur of tien, sloop ik, vermomd als een uit de kleren gegroeid knaagdier, Zonne haar kamer binnen, verwijderde ik de tand uit het speciaal daarvoor voorziene doosje en liet enkele muntjes achter.
Gelukkig werd ze niet wakker, het kind hoeft er nu ook geen nachtmerries aan over te houden.
Jammer genoeg stond ze in het midden van de nacht wel opgewonden als een Duracell-konijn aan ons bed, met het grote nieuws dat de muis was voorbij gekomen. Ook deze morgen aan de ontbijttafel  was dit het enige onderwerp.
Ik vind haar persoonlijk mooier met al haar tandjes in de mond maar zij stond zichzelf het volledige uur voor ze naar school vertrok te bewonderen in de spiegel. Voor haar is het een nieuwe stap. Op weg naar volwassenheid.
Sinds we met onze kop op televisie komen merkte ik wel een klein verschil in het zakencijfer, deze middag echter werd ik overrompeld door een kolonie Belgen die soms tot anderhalf uur hadden gereden om me live aan het werk te zien en om de frietjes te proeven. Iedereen was super-tevreden, ik niet in het minst.
Bij deze. Duizendmaal dank.
Van uw correspondent ter plaatse.

A+

donderdag 30 maart 2017

VROLIJKE VRIENDEN

Quinten is één van de mensen hier die me het nauwst aan het hart liggen. Als je zijn beroep zou vragen zou hij antwoorden dat hij fakkel-jongleur is aan de stoplichten van Bordeaux of Toulouse.
Galatée is een meisje, nou ja, het is eingenlijk een volwassen vrouw, maar als je haar ziet blijft het een meisje. Als je haar, mocht het je een fluit interesseren, zou vragen om haar leven te vertellen in enkele zinnen, dan zou zij je antwoorden dat zij één van de laatste afstammelingen is van een Franse adelijke familie, maar dat haar moeder het ganse familie-patrimonium in één generatie heeft opgesoupeerd aan alcohol en andere witte poedertjes. Verder zou ze je wellicht vertellen, als ze in een praatzieke bui zou zijn, en geloof me, dat is ze héél vaak, wat zeg ik, het is haar tweede natuur, dat ze sinds kort een boerderij uitbaat in Gavaudun. Ze melkt er haar eigen koeien, maakt er heerlijke kaasjes van en probeert die dan aan de man, en zo u wilt, vrouw te brengen op de plaatselijke markten. En ze woont in een vrachtwagen.
Simon is haar vriendje. Hij lijkt rechtstreeks uit de Tora-Bora grotten te komen en hij heeft handen als kolenschoppen. In zijn handen lijkt een halve-liter bierglas wel op poppenservies. Wij noemen hem de Franse Mc.Gyver. Geef hem twee, weliswaar hardgekookte, eitjes, drie rietjes en een stukje salami, en hij maakt er bij wijze van spreken een vissersboot van. Twee winters terug brachten we heel wat tijd met elkaar door. Hij hielp me om de Resto-Loco truck te transformeren tot wat hij nu is geworden.
Een tijdje geleden reed Quinten ergens tussen donker en licht een everzwijn aan. Het arme beestje viel niet meer te redden en belandde zo in onze diepvriezer, na eerst vakkundig te zijn gevierendeeld door Simon, die naast boer, vrachtwagen-bewoner en Mc.Gyver ook nog eens charcutier van opleiding is.
Gaat dit verhaal nog ergens naartoe, hoor ik u luidop denken. Jazeker.
Een paar dagen geleden maakte mijn allerliefste liefje, die de laatste maand haar echte kracht heeft teruggevonden, een overheerlijke everzwijn-ragout voor dit zootje ongeregeld.
Simon en Galatée brachten nog een ander koppel mee en we maakten er een onvergetelijke avond van.
Dit wou ik, als u het niet erg vindt, toch even met u delen.
Ik had natuurlijk ook kunnen schrijven: "vrijdag aten we wild zwijn met vrienden. Het was tof."
Maar dit was bijlange niet zo leuk geweest. Niet voor jullie. Maar zeker niet voor mij.
Van uw correspondent ter plaatse.
A+

maandag 27 maart 2017

IK VROEG EN IK KREEG...

Ik vroeg om kracht
en ik kreeg moeilijkheden.
Ik vroeg om wijsheid
en ik kreeg problemen
om op te lossen.
Ik vroeg om moed
en ik kreeg gevaar
om te overwinnen.
Ik vroeg om steun
en ik kreeg kansen.
Ik kreeg niets waar ik om vroeg.
Ik kreeg alles
wat ik nodig had.

(Silvemoon)